Amici, Tartiflette uit Annecy

📁Sociëteit  No Responses »
jun 03 2020

Een paar jaar geleden ging ik voor mijn studie naar een groot animatiefestival te Annecy om daar kennis te maken met allerlei films die dat jaar waren uitgebracht. Nadat mijn studiegenoten en ik onze tentjes hadden opgezet en de luchtbedden hadden opgeblazen, struinden we de berghelling af. Beneden werden we met de bus naar het centrum van Annecy gebracht. In plaats van meteen te genieten van de pittoreske binnenstad die langs een prachtig meer ligt, vonden wij onze weg naar een bioscoopzaal. De lichten werden gedimd, het introductiefilmpje van het festival begon te spelen en om ons heen begon het publiek massaal papieren vliegtuigjes te vouwen. We keken verbaasd toe hoe de vliegtuigjes naar het doek werden gegooid terwijl er luid gejoeld werd: “Lapin!!! Lapin!!!”. Rare jongens, die Fransen.

Onze verbazing duurde niet lang. Na een paar screenings deden wij allemaal rustig mee met deze vreemde festivaltraditie. De dagen sloot ik ‘s avonds graag af met een locale specialiteit: de tartiflette. Deze gratin wordt gemaakt met reblochonkaas, spek en ui en ik heb het die week zeker wel drie keer gegeten. Behalve de laatste dag. Toen had ik pizza met tartiflettesmaak.

 

Ingrediënten: (4 pers.)
800 gr tot 1 kg vastkokende aardappelen
400 gr reblochonkaas (Franse kaas, een gewassen-korstkaas uit de Haute-Savoie – red.)
250 gr spekjes
2 kleine uien
5 el witte wijn
2 el olijfolie
1 teentje knoflook
150 cl crème fraîche
peper en zout

Bereiding:
Schil de aardappels, snijd ze in plakjes van 3-5 mm dik. Leg ze in een pan en vul de pan met koud water. Warm op en kook de aardappelen in ongeveer 15 min. beetgaar.

Verwarm de oven voor op 190 graden. Snipper de uien, doe de olijfolie in de koekenpan en bak ze even kort op. Voeg de spekjes toe en laat al roerende nog circa 5 min doorbakken. Voeg dan de witte wijn toe en laat het geheel zachtjes doorkoken totdat de wijn is verdampt.

Pak een ronde ovenschaal, snijd de knoflook doormidden en wrijf de bodem en zijkanten in met de binnenkant van het knoflookteentje.

Snijd de reblochon horizontaal doormidden. Vul de ovenschaal met allereerst het uien-spekmengsel, dan een laag aardappelschijfjes en een plak reblochon.

Herhaal dit nog een keer en eindig met de andere plak reblochon met de korst naar beneden. Bestrooi met peper en zout en giet dan de crème fraîche over het geheel.

Zet in de oven gedurende 25 tot 30 minuten.

Serveer met een groene salade en een glas witte wijn uit de Savoie.

Iris Adriaansz, animator

Illustratie Joost Adriaansz.

(Dit keer hebben vader en dochter de stokjes van elkaar overgenomen: Iris heeft de pollepel vast en Joost heeft het potlood opgepakt – red.)

Amici, een Noorse paella

📁Nieuws, Sociëteit  No Responses »
mei 20 2020

Een Noorse paella

Met enige regelmaat vertoef ik in Arendal, Noorwegen om te koken bij een vriendin van ons, die daar aan zee een tamelijk groot en zeer markant houten huis heeft dat in de omgeving bekend staat als ‘het Champagneslot’, omdat het huis ooit als wijnkasteel model heeft gestaan op een etiket. Het was in 1906 gebouwd door de Noorse ambassadeur in St-Petersburg en de enorme vergulde kroonluchter en dito spiegels, die de centrale ‘balzaal’ sieren, waren per arreslee over de bevroren Botnische golf vanuit de Russische hoofdstad naar Noorwegen vervoerd. Markant dus, zei ik al. Voordat onze vriendin het huis kocht was het in handen van “Lucky Lorendsen”, een kapitein die geallieerde transporten tussen Amerika en Europa deed en daarbij menigmaal ternauwernood aan de dood ontsnapte bij heftige Duitse beschietingen. Je komt niet zomaar aan een bijnaam. Het huis is een waar ontmoetingsoord van vrienden, soms wel dertig in getal, die zich een week lang bezig houden met allerlei binnen- en buitenklussen. Na gedane arbeid wordt de avond genoeglijk etend, drinkend en musicerend doorgebracht. De kinderen sluiten de week af met een bonte avond, waaraan iedereen meedoet met muziek en sketches.

Nu is koken in Noorwegen altijd elektrisch en ik kan wel zeggen dat dat voor grote gezelschappen zo zijn problemen geeft. Om een en ander te vergemakkelijken nam ik uit Amsterdam een twintigpersoons paellapan mee om onze vriendin voor haar verjaardag cadeau te doen. De pan met een diameter van 80 cm kon op vier pitten tegelijk dienst doen, maar bleek ook precies te passen op een grote Weberbarbecue. Vriendin kwam toen op het idee om haar verjaardag, het was midzomer en prachtig weer, buiten te vieren voor al haar goede vrienden in Arendal en omgeving. Uiteraard moest er een paella worden gemaakt, een gerecht dat de Noren toen nog niet kenden. Zij verwachtte zestig gasten. Michel, steun en toeverlaat bij grote klussen, werd in het complot betrokken. De Noorse kust verschaft genoeg vis en vooral geweldige garnalen. Als locatie was de berg bij het haventje uitgekozen vanwege het fantastische zicht op de zee en een riviermonding. Het vereiste wat gesjouw met de Weber, servies, utensiliën e.d., maar het loonde de moeite. Feilloos soepel maakten Michel en ik onder het genot van een goed glas wijn driemaal een pan vol, wat voor zestig man genoeg bleek. Overal op de berg zaten gasten, oud en jong door elkaar, met een bordje en een glas, genietend van zon en zee en een zacht windje, een idyllisch schouwspel. Het werd laat en men genoot nog lang van een betoverend zomeravondlicht. Arendal heeft er nog lang over gesproken. Nog nooit eerder heb ik op zo’n bijzondere plek gekookt en toen ik mij liet ontvallen, dat we nog wel eens een paella zouden moeten maken op 90 graden NB op het poolijs om dit te overtreffen, riep de vriendin meteen enthousiast: ‘dan huren we toch een helicopter! ‘ Als het ooit zover komt, houd ik jullie op de hoogte van mijn arctisch-culinaire avonturen.

Joost Adriaansz

illustratie: Iris Adriaansz

Paella

(8 PERS.)

Ingrediënten:
250 g tomaten
1 rode of groene paprika

1 grote ui
200 g sperziebonen
1 blik artisjokharten, gehalveerd
250 gram inktvistentakels

1 kg mosselen
1,5 dl olijfolie
zout
zwarte peper
500 gram grote garnalen met schil
250 gram kippendijreepjes
3 teentjes knoflook

1 bos peterselie, fijngehakt
500 g rondkorrelrijst
1 g saffraandraadjes, geweekt in wat visbouillon
2 l visbouillon

Bereiding:

  1. Groenten en kip panklaar maken. Verhit een derde van de olie in de pan en braad de artisjokken, de sperziebonen, paprika en ui aan.2. Verhit een tweede pan met de helft van de resterende olijfolie en braad de kip aan. Voeg zout en peper toe en laat op een laag vuur 10 min. smoren.3. Hak de knoflook fijn en bak het in de paellapan in de resterende olie even aan. Voeg de groenten en het kippenvlees toe.  Roer de rijst erdoor.  Voeg de tomaten, de garnalen en de inktvistentakels toe zodra de rijst glazig is. Zout en peper naar smaak.  Laat het geheel 10 min. pruttelen.4. Doe de saffraan bij de hete visbouillon en giet die in de pan. Laat het gerecht dan op een laag vuur 10 min. koken.

    5. Laat het geheel nog eens 10 min. trekken totdat de rijst alle visbouillon heeft opgenomen. Garneer met apart gekookte mosselen en strooi er de fijngehakte peterselie over.

mei 13 2020

De Kentucky Mountain Oysters

Ik stond net klaar voor de voorbereidingen van de avond in mijn keuken in het restaurant van de brouwerij die we net hadden geopend, toen de slager van de Zeedijk binnenkwam met een enorme blauwe vuiniszak. ‘Is R. hier?’, vroeg hij. R. was de kok voor als ik vrij was en hij had nog een andere bijverdienste als foodstyler bij een fotograaf. ‘Nee, die is drie dagen vrij’. ‘Nou, da’s mooi’, zei de slager, ‘maar wat moet ik hier dan mee? Dit heeft R. besteld voor een fotosessie’. Hij toonde vervolgens de inhoud van de blauwe plastic zak…..een enorme stierenpenis met aanhangend scrotum. De slager legde, bozig over de afwezigheid van R. en de slechte communicatie over de bestelling, het bovine geslachtsdeel op mijn werkblad en beende weg, terug naar zijn winkel. Nu zat ik met een probleem, dat toch wel erg pontificaal lag te prijken op mijn werkblad. Gelukkig kwam even later mijn Amerikaanse hulpkok binnen. Hij was gepokt en gemazeld in grote Amerikaanse restaurants en stond niet gauw van iets te kijken. Hij lachte breeduit en stelde voor om, naar oud recept uit Kentucky, de stierenballen te verwerken… Mountain Oysters noemde hij het. De ballen werden schoongespoeld, ontvliesd, en in plakjes gesneden, gewenteld in meel met peper en zout en krokant gebakken. De Mountain Oysters werden geserveerd met wat sla op een stukje vers afgebakken stokbrood en een sausje van 2 eetlepels mayonaise, 1 eetlepel Dijonmosterd, 1 eetlepel tomatenketchup en 1 eetlepel mierikswortel. Ik moet zeggen dat het een smakelijk broodje was geworden en de saus was ook vurrukkuluk en toch zo simpel.

Nu kan ik me voorstellen dat je niet zo gauw een portie stierenballen in huis haalt. Dus doe als ik en probeer een toegankelijker stukje orgaanvlees; kalfstong. Spoel de tong schoon en ontdoe hem van het keelstuk (misschien doet de slager dat voor je). Laat de tong 24 uur in goed gezouten water schoontrekken, spoel hem af en zet op met koud water, een doorgesneden ui, wat wortel en bleekselderij, laurierblad en tijm en breng aan de kook. Draai het vuur dan zo laag dat er net af en toe een bubbeltje bovenkomt. Laat de tong zo twee en een half uur opstaan.

Vis de tong uit de pan en laat hem afkoelen. Haal vervolgens het witte vlies er af en aan de onderkant de pezen en andere taaie ongerechtigheden. Snijd de tong in plakken, wentel ze door wat bloem en bak ze nog even lichtbruin in de koekenpan met wat roomboter. Beleg er een stukje stokbrood mee, beetje sla en bestrijk met bovenstaande saus. Een heerlijk lunchhapje. De zeer smakelijke bouillon kan je goed gebruiken voor een soepje.

Joost Adriaansz

illustratie Iris Adriaansz

mei 06 2020

Toen ik ooit eens betrokken raakte bij de oprichting van een bierbrouwerij, kwam ter sprake dat er een drankassortiment moesten komen van typisch Amsterdamse oorsprong. De enige distilleerderij die daarvoor in aanmerking kwam, was Van Wees in de Driehoekstraat tussen Lijnbaansgracht en Brouwersgracht. Door Kees van Wees werden wij uitgenodigd voor een proeverij van zijn producten. Hij startte zijn ‘drankcollege’ met een geurproef van, legde hij later uit, industriële melasse-alcohol. Die rook niet aantrekkelijk, ronduit vies. Vervolgens liet hij ons een veel-verkochte goedkope jonge jenever ruiken en proeven. Het drankje herkenden we meteen als een afgeleide van de industriële alcohol, het rook niet lekker en deed denken aan oude, natte kranten. Toen was zijn eigen ambachtelijke jonge jenever aan de beurt. Een aangenaam kruidig geurtje met jeneverbessen als hoofdbestanddeel. Gretig slurpten we het bodempje naar binnen; fantastisch. Er volgden nog vele mooie producten van Van Wees met uitgebreide uitleg. Zelfs mochten we als besluit proeven van zijn 25 jaar oude jenever door de Meesterdistillateur aanbevolen voor bij de koffie na het eten. Omdat alles zo lekker was hebben we niet na elk proefje alles uitgespuugd, dat vonden we reuze zonde. Ik heb de Brouwersgracht nog nooit met zoveel bochten gezien.

Eenmaal thuis en (de volgende dag) weer nuchter vroeg ik me meteen af of je dergelijke jenever niet net als cognac in het eten zou kunnen verwerken en ging op zoek. Ik stuitte op dit, van oorsprong Belgische recept, met Belgische jenever van Filliers, maar als Amsterdamse vereeniging doen we het nu met Van Wees jenever.

Wildzwijnfilet met jenever uit de Jordaan (4 pers.)
Ingrediënten:
600 gram wildzwijnfilet
10+25 gram roomboter
10+4 jeneverbessen
4 zwarte peperkorrels
25 gram koude roomboter in blokjes
2,5 dl wildfond
1 gesnipperde sjalot
1 el stroop
Peper, zout
½ dl jonge jenever van Van Wees
1 el mosterd

Bereidingswijze:
Hak tien jeneverbessen fijn.

Fruit in een sauspan de sjalot in 10 gram boter. Voeg vier gekneusde jeneverbessen, vier gekneusde peperkorrels en de wildfond toe. Laat tot de helft inkoken.
Dep de wildzwijnfilet droog. Wrijf hem in met peper, zout en de gekneusde jeneverbessen.
Bak de filet rosé in de boter gedurende 10 à 15 minuten, afhankelijk van de dikte. Haal de filet uit de pan en laat hem even rusten. Blus de pan af met de jenever en roer de aanbaksels los. Voeg de ingekookte wildfond toe en laat even bruisen. Giet hem door een zeef terug in de sauspan. Roer de stroop en de mosterd erdoorheen.
Klop van het vuur af 25 gram koude roomboter in blokjes door de saus.
Snijd de filet in plakjes en serveer hem met de saus.
illustratie Iris Adriaansz

apr 29 2020

De verliefde asperge

Ik lag met jou in hetzelfde bed
We sliepen wel rechtop
Jij stak er net wat bovenuit
Vandaar jouw blauwe kop

Ik was stapel op jouw lange lijf
Dat mag je nu best weten
Ik vond jou echt een reuze wijf
Gewoon om op te vreten

Laatst droomde ik de hele nacht
Aan een stuk door van jou
Jij werd mijn bruid mooi wit
Omdat ik van sleepasperges hou

Plots werd mijn droom bruut verstoord
Ik bloedde aan mijn kuiten
Wij werden allebei vermoord
Door zo’n hovenier van buiten

Wij werden in een kist gelegd
En spoedig daarna gewassen
Mijn rug was krom de jouwe recht
Jij was dus eerste klasse

Wat wreed toch van zo’n hovenier
Ons zo uiteen te rukken
Ik heb jou daarna nooit meer gezien
Want ik lag bij de stukken

Weet je wat ik het gekke vind
Het is eigenlijk heel stom
Terwijl ons leven in de grond begint
Is dat bij de mens net andersom

Paul Asselbergs  1945

 

Het is mooi weer en de asperges schieten inmiddels de grond uit. Tijd om je daar te goed aan te doen. Vroeger moest je in Amsterdam blij zij als je bij de groenteman voor veel geld een bosje uitgedroogde stengels kon kopen, dus ik was er indertijd niet zo juichend over. Echter……

Toen ik mijn (Limburgse) vrouw net had ontmoet nam haar moeder mij in het voorjaar mee om het Limburgse goud in te slaan. Bij een boerderij kocht ze forse hoeveelheden knisperend verse asperges. Thuis in de keuken werden die geschild en in de diepvries opgeslagen en een deel werd onmiddellijk opgegeten. Het waren schitterende asperges, maar een lichte kromming maakte ze ongeschikt voor de veiling, maar wel lekker voordelig. De smaak was hemels, vers van het land waren ze onweerstaanbaar lekker. Ook werden er stukjes ongeregeld verkocht voor de soep. Zeker niet te versmaden. Beladen met een grote tas keerden wij huiswaarts naar ons studentenkamertje. Het klassieke recept met gesmolten roomboter, ham, eieren en gekookte aardappel blijft natuurlijk een hoogtepunt, maar als variatie kan ik het volgende recept zeer aanbevelen.

 

Ingrediënten:

500 gram asperges, geschild
½ ltr kippenbouillon
400 gram kippendijfilet in reepjes
100 gram ongezouten cashewnoten
1 spriet sereh (citroengras)
1 cm geraspte gember
2 lente-uitjes in dunne ringetjes gesneden
2 sjalotjes
Maizena of aardappelmeel
Zout en peper naar smaak

Bereiding:

Bestrooi de kippendijreepjes met twee afgestreken eetlepels maizena, zout en geraspte gember en kneed dat erdoorheen. Laat een halfuurtje intrekken.
Snijd de asperges in stukken van 4 cm en kook ze beetgaar in de kippenbouillon.
Verhit op hoog vuur in een wok olie en bak daarin de sjalotjes tot die lichtbruin zijn. Schep die eruit houd apart.
Bak in de olie van de sjalot de kippendijreepjes samen met de sereh en de cashewnoten en doe de gebakken sjalot erbij.
Doe dan de asperges met de bouillon bij de kip en laat dit alles even doorkoken tot er een licht gebonden saus ontstaat door de maizena in de kip. Bestrooi met de fijngehakte lente-ui en laat nog een half minuutje zacht borrelen.

Serveren met geurige pandanrijst of basmati.

illustratie Iris Adriaansz

apr 22 2020

Jaren geleden heb ik eens twee maanden in de zomer gewerkt als scheepskok op de driemastbark Europa. Vaargebied Skagerak, Oostzee en Noordzee. De passagiers-van diverse nationaliteiten-waren pure liefhebbers van oude schepen en men boekte graag voor een zevendaagse zeereis op wat toen Nederlands grootste tallship was. Zij moesten natuurlijk culinair verwend worden, want zoals de kapitain zei: ‘ik kan alle lappen eraan hangen die ik heb, maar als het eten niet te vreten is, hebben de mensen een rotreis”.

Het was mijn taak om met de koksmaat in een kleine kombuis ontbijt, lunch en avondeten te verzorgen en broodbakken hoorde daar ook bij. Ook als het schip 18 graden helde bij windkracht 8 en flink tekeer ging. Aan het begin van zo’n reis werd er bij een shipchandler vers eten voor de hele week ingeslagen en een deel ging in de vriescel. Zo had ik een enorme zak met kippenbouten ingeladen voor veertig passagiers en tien man bemanning. Toen ik die zak, die ter ontdooiing ’s morgens vroeg onderin het schip was gelegd, openmaakte om de bouten te verwerken, kwam er een vreselijke stank te voorschijn. De hele handel bleek in die korte tijd zwaar bedorven. Een lichte paniek maakte zich van mij meester, want hoe moest het nu met het diner gaan? Twee matrozen kwamen op het idee een lange lijn uit te brengen met acht haken en zilverpapier eraan. Vanaf het achterdek werd de lijn uitgevierd en oh wat een triomf, binnen korte tijd zaten er vier makrelen aan; we bleken middenin een grote school te varen. Ik begon meteen in de kombuis met schoonmaken, terwijl buiten de vangst voorspoedig voortgezet werd door steeds vrolijker matrozen. In no time lagen er zestig makrelen, geschoond en panklaar in de keuken.

Met wat er aan spullen voorradig was, sloeg ik aan het improviseren; de makrelen werden gevuld met een mengsel van knoflook, peterselie, citroenrasp en stukjes tomaat, grofgemalen zwarte peper en besprenkeld met olijfolie. De oven werd opgestookt tot 200 graden en daar konden de makrelen, nog extra met stukjes citroen bedekt, goudbruin in bakken. Rijst erbij en sperziebonen opgebakken met knoflook, ui, rode paprika en oregano. De hele schotel heb ik geserveerd onder de naam ‘Siciliaanse makreel’.

De passagiers hebben nooit weet gehad van de eerdere ramp met de kippenbouten en waren zeer te spreken over mijn ‘Siciliaanse makreel’. Stiekem heb ik de bedorven kippenbouten ’s avonds in het duister vanaf het achterschip in zee gedonderd als voer voor de resterende leden van de makrelenschool.

Joost Adriaansz

apr 14 2020

Ode aan de gehaktbal

Gehaktbal

De graaf komt strijk en zet
’s nachts uit zijn hemelbed
omdat het koud buffet
dan weer wat is gezakt.
Gehuld in zijn peignoir
vraagt hij met veel misbaar
niet om de kaviaar,
maar om een bal gehakt.

De keeper die helaas
de spanning niet de baas,
verrast wordt door een pass
en er weer niets van bakt,
denkt als de coach dan flipt
en klachten naar hem snibt,
‘ach klets maar, mij ontglipt
straks niet de bal gehakt.’

Dit gedicht brengt mij op het merkwaardige verhaal van de Jordanese gehaktbal; vroeger waren de Hollandse garnaaltjes, zeker als je ze nog zelf moest pellen, veel goedkoper dan gewoon vlees. Mensen die het niet breed hadden (in de Jordaan), mengden hun gehakt dan met de Hollandse garnaaltjes en maakten zo hun gehaktballen. Nu is dit een zeer gewaardeerde culinaire uitspatting geworden, waarvan hier mijn eigen variant:

Meng 400 gram halfom gehakt met 100 gram Hollandse garnalen, een ei en 2 eetlepels paneermeel. Kruid met een centimeter geschaafde verse gember, een handje zeer fijngesneden verse bieslook of lenteui, twee theelepels Kikkoman sojasaus, peper en zout naar smaak. Draai er vier ballen van en braad ze goudbruin in de boter, blus af met een beetje water en laat ze +/- een kwartiertje verder garen. Mijn kinderen verslinden zoiets met sweet chilisaus erover bij de nasi. Over fusion gesproken…

Wie in een storm belandt,
wie in een file strandt,
wie rijles opgeeft want
al tien keer is gezakt,
wie zwaarder blijkt te zijn
dan vóór de slanke lijn,
vindt troost en dat is fijn
bij nog een bal gehakt.

Die bal treft altijd doel,
Die bal is vet en cool.
Hij wekt een oergevoel
bij wie naar vroeger snakt.
De aarde draait haar baan
niet om de zon of maan,
dit ondermaats bestaan
draait om de bal gehakt.

Marjolein Kool  1958
Uit: Bal gehakt. De nieuwe keuken
Anne Scheepmaker 2004

apr 08 2020

Amici,

In deze duistere tijden wil ik graag ter opvrolijking dit recept met jullie delen van Pellegrino Artusi, de man die, reizend door Italië, recepten uit het hele, nog maar net één geworden land, verzamelde en voor eigen rekening uitgaf in beperkte oplage. Het boek, over de wetenschap in de keuken en de kunst om goed te koken, bleek al spoedig een groot succes en gaat door voor de basis van de Italiaanse keuken. De voortreffelijke vertaling is van Pietha de Voogd en Mieke Geuzebroek (uitg. De Scepter, Amsterdam)

Minestrone herinnert me aan een bang jaar voor ons volk en iets wat ik persoonlijk meemaakte. Ik was in Livorno in het badseizoen van het gezegende jaar 1855 en de cholera, die her en der in een aantal provincies van Italië rondwaarde, hield iedereen in de ban van de angst voor een algemene epidemie, die inderdaad niet lang op zich liet wachten. Op een zaterdagavond liep ik een eethuis binnen en vraag: ‘Wat is er voor soep?‘ ‘Minestrone, ‘kreeg ik ten antwoord. ‘Laat de minestrone dan maar komen,’zei ik. Ik at en ging, na een wandelingetje, slapen. Ik had mijn intrek genomen in een van top tot teen wit, gloednieuw huis aan de Piazza del Voltone waar ene Domenici de scepter zwaaide. ’s Nachts voelde ik langzaam een verschrikkelijke opstand in mijn lijf uitbreken, dus veel heen en weer geloop naar het privaat, dat ze in Italië eigenlijk beter ongemak kunnen noemen dan gemak. ‘Vermaledijde minestrone, je krijgt me niet meer te pakken!’ riep ik voortdurend vol wrok tegen hem die er misschien part noch deel aan had.

Toen het dag werd voelde ik me zo uitgeput dat ik me meteen naar de eerste trein repte en naar Florence vluchtte, waar ik me meteen voelde opknappen. Maandag komt het droeve nieuws dat de cholera is uitgebroken in Livorno en dat Domenici het eerste dodelijke slachtoffer is. Dat is andere koek dan minestrone.

Na drie keer proefkoken en steeds verbeteren, vertel ik u nu hoe ik hem lekker vind (maar voel u vrij hem te veranderen op de manier zoals men het in uw streek lekker vind, rekening houdend met de groenten die er bij u te krijgen zijn).

Maak zoals gebruikelijk een vleesbouillon en kook eerst een handvol verse bonen apart in de bouillon gaar; als ze gedroogd zijn, kook ze eerst halfgaar in water. Snijd savooiekool, spinazie en een klein beetje snijbiet in dunne reepjes, laat die even in koud water staan, doe ze daarna zonder water in een pan, zet op het vuur en wacht tot ze slinken; zeef de groenten dan en druk met een pollepel het vocht er goed uit. Als het om een soep voor vier of vijf personen gaat, hak dan 40 gram ham met een vetrand, een teentje knoflook en een takje peterselie, fruit dat en doe het over in bovengenoemde pan, samen met de bleekselderij, wortel, een aardappel, een courgette en heel weinig ui, dit alles in dunne, korte reepjes gesneden. Doe er de bonen weer bij en als u het goed dunkt wat varkenszwoerd, zoals sommigen gewoon zijn, of een klein beetje verse of geconserveerde tomatensaus, breng op smaak met zout en peper en laat alles in bouillon koken. Ten slotte doet u er zoveel rijst bij dat de minestrone bijna droog wordt en strooit u er, vlak voor u hem van het vuur haalt, nog een flinke lepel geraspte Parmezaanse kaas door. Ik moet u waarschuwen dat dit geen soepje voor zwakke magen is.

Joost Adriaansz.

mrt 13 2020

Door de nieuwe ontwikkelingen rondom het Coronavirus en de berichten daarover vanuit de centrale overheid, berichten we het volgende:

  1. Alle grote roeievenementen tussen nu en 1 april (meer dan 100 personen) zijn afgelast.
  2. De loodsen en kleedkamers van Willem III zullen open zijn voor de leden om te roeien.
  3. Wij sluiten voorlopig de centrale indoorfaciliteiten (ergometers en krachthonk). Hier zullen alleen groepen leden trainen met toestemming die gecontroleerd hygiënemaatregelen in acht nemen.
  4. De sociëteit is tot nader bericht gesloten.
  5. Verder vragen wij eenieder met klem de voorzorgsmaatregelen van het RIVM te volgen:

Dat wij onze roeimogelijkheden beschikbaar houden is natuurlijk gebaseerd op dat eenieder zelf kan besluiten wel of niet te gaan. Advies is om voor roeien te komen, desnoods thuis te douchen, en geen sociale ontmoetingen te organiseren op Willem III.
Wij houden u op de hoogte, en met vragen kunt u bij mij terecht.

Namens het bestuur,
Gerrit Blom, Voorzitter

Prijsaanpassing Sociëteit

📁Sociëteit  No Responses »
jan 24 2020

Sinds 2016 zijn er in de sociëteit geen prijsverhogingen doorgevoerd, maar gestegen inkoopprijzen en de verhoging van de btw van 6% naar 9% maken het noodzakelijk de prijzen van de consumpties aan te passen. Maar het goede nieuws is dat de prijzen van koffie en thee ongewijzigd zijn gebleven.