jul 08 2020

De schoonmoeder van de patron uit Levanto stelde mij voor om het plaatsje bij nacht te laten zien en dan zou de rit eindigen bij een feest boven op een hoge berg bij Monterosso del Mare, die een prachtig uitzicht biedt op de baai bij nacht. Nu had ik wel vaker gemerkt dat Italianen er een ‘sportieve rijstijl’ op na houden, maar met deze dame deed ik het in m’n broek; met gierende banden nam zij de haarspeldbochten omhoog ondertussen ontspannen keuvelend, terwijl ik mij vastklemde aan mijn stoel. Hoe het kwam weet ik niet, maar zij startte een betoog over de politiek in Italië. Wat ze stemde? Nou, gewoon de MSI (Movimento Sociale Italiano) oftewel de neo-fascistische partij. Terwijl ik nog hierop aan het kauwen was, kreeg ik ook nog uit en te na een lofzang te horen op Musssolini; je kon wel kritiek hebben, maar die man had toch veel goeds gedaan voor Italië, het land was toen in ieder geval veel beter georganiseerd dan nu en de treinen reden op tijd. Gelukkig waren we op het dorpspleintje aangekomen waar het feestje was. Stalletjes met hapjes, bier en flessen wijn omzoomden het plein, dat verlicht was met slingers kleurige lampjes. Uit luidsprekers klonk het overbekende Italiaanse repertoire aan accordeonmuziek. De schoonmoeder bleek het hele plein te kennen en schoof, nadat ze zowat iedereen had begroet met knuffels en omhelzingen, met een fles wijn en wat glazen aan aan een lange tafel met kennelijk allemaal vrienden van haar. Natuurlijk moesten die voorgesteld worden aan de “Hollandse kok”. Ik werd snel opgenomen in de algehele vrolijkheid en elke poging van mij om ook enige flessen wijn te doneren werd verontwaardigd weggewimpeld, want ik was de gast. Toen het weer tijd werd om op te stappen, namen we hartroerend afscheid van iedereen. Mijn blik viel toen op het spandoek bij de ingang van het feestterrein: Festa de l’Unità. Het bleek een feestje van de krant van de Communistische Partij van Italië te zijn.
Bij de rit naar beneden heb ik maar mijn ogen dichtgedaan, want het rijgedrag van de Schoonmoeder was na het nuttigen van wat glazen wijn nog wat losser geworden.

Stracotto (rundvleesragù)

Ingrediënten:
1 kg kalfsnek
Olijfolie
2 rode uien
2 tenen knoflook
2 wortels
2 stengels bleekselderij
1 venkelknol
2 takken bos rozemarijn
4 takjes salie
250 ml Chianti
2 el tomatenpuree
1,5 liter vleesbouillon

Bereiding:
Braad het vlees met 2 eetlepels olie in een passende pan op matig laag vuur aan.
Pel de uien en knoflook, schil de wortels, maak de bleekselderij en venkelknol schoon en hak ze vrij grof om een soffritto te maken (soffritto is een fijngesneden groentemengsel dat meegebakken wordt om smaak aan een saus te geven) – laat dit heel langzaam met het vlees stoven.
Roer de groenten door de pan, bind de rozemarijn en salie bij elkaar, leg het bundeltje in de pan en voeg peper en zout toe. Bak het geheel 20-30 minuten onder regelmatig roeren, tot de groenten karamelliseren, en keer het vlees een paar keer om.
Zet het vuur hoog, giet de wijn in de pan, roer de tomatenpuree erdoor en laat de wijn inkoken.
Giet de bouillon erbij, breng aan de kook en dek de stoof af met deksel. Zet het vuur zeer laag en gaar het vlees ongeveer 3 uur onder regelmatig omkeren en bedruipen, tot het supermals is. Voeg naar smaak peper en zout toe.
Schep het vlees op een snijplank, snijd het in dunne plakjes en schep er voldoende van de saus over om het sappig te houden. Hussel de rest van de saus (zo nodig een beetje verder ingekookt) door vers gekookte tagliatelle en rasp vlak voor het serveren wat parmezaan erover. Je kan het vlees apart houden als hoofdgerecht na de pasta met flageoletboontjes in roomboter met wat vers bonenkruid.

Amici, de chique zwerver

📁Sociëteit  No Responses »
jul 01 2020

In Levanto ging ik, als de laatste eters vertrokken waren en het keukenpersoneel had gegeten, met de patron en zijn vrouw vaak wat drinken in een houten strandtent op palen aan de baai van het plaatsje. Daar verzamelden zich vele vrienden, de literflessen wijn gingen rond en als de stemming er goed in zat, trok een in onberispelijk wit pak gestoken heer met panamahoed een gitaar tevoorschijn en begon te spelen en te zingen. We werden onthaald op een Italiaanse potpourri aan volksmuziek en iedereen zong mee. De man was duidelijk zeer populair en als dank kreeg hij van vele enthousiaste gasten wat aangeboden. Tegen sluitingstijd droop iedereen af en de man was ook plotseling op mysterieuze wijze verdwenen. Ik informeerde bij de patron of de man een vriend was van de uitbater van de strandtent, want daar leek het op. Nee, was het antwoord, niemand kende hem verder en het enige wat bekend was, was dat hij elke zomer neerstreek in het plaatsje en dat hij onder de strandtent sliep in een kuil tussen de palen. Na de zomer was hij weer even plotseling verdwenen als hij gekomen was. En altijd onberispelijk strak in het pak. Fare la bella figura, daar gaat het om.
In deze strandtent maakte ik voor het eerst kennis met de limoncello. Een verslavend lekker drankje na het eten. Italianen gebruiken alcohol van 96%, die daar gewoon in de supermarkt te verkrijgen is voor het goddeloze bedrag van 15 euro. Omdat tuttig Nederland deze faciliteit niet verschaft, kan je volstaan met goedkope wodka (Dirck III) wat uiteindelijk niet meer is dan met water verdunde alcohol. Gebruik wel onbespoten citroenen bij voorkeur uit Sorrento of Capri, Amalfi mag ook, maar doe er niet moeilijk over.

Limoncello
1 liter alcohol van 96%
8 forse citroenen
800 gram suiker
1,5 liter water
Of:
1,5 liter wodka
8 forse citroenen
450 gram suiker
300 ml water

Laat de citroenen een uurtje in koud water staan weken. Borstel ze en droog ze af.
Schil de citroenen zo dun mogelijk, alleen het geel kan gebruikt. Het wit van de schil maakt bitter.
Doe de citroenschillen in een weckpot en schenk de alcohol erbij.
Sluit de pot af en zet deze drie weken op een donkere koele plek.
Na deze drie weken breng je in een pannetje suiker en water al roerend aan de kook. Haal de pan van het vuur en laat afkoelen met het deksel erop.
Voeg het afgekoelde suikerwater vervolgens toe aan het mengsel van citroenschillen en alcohol.
Schenk de limoncello in gesteriliseerde flessen en sluit ze goed af. Zet de flessen op een koele donkere plek. Na een week of twee, als je er zolang af kan blijven, is de limoncello op dronk.
Serveer ijskoud uit de vriezer. Als er een terras in de hemel bestaat, dan is dit de huisdrank.

jun 26 2020
illustratie Kippenlever uit Levanto

Een met mijn schoonouders bevriend Italiaans echtpaar runde in Levanto (badplaats aan de Italiaanse Rivièra – red.) bij Cinque Terre een hotel-restaurant, La Primavera. Ik bood aan om in mijn vakantie te helpen in hun keuken op voorwaarde dat zij mij de geheimen van de Italiaanse keuken zouden prijsgeven. Ik werd zeer gastvrij ontvangen en voorgesteld aan het personeel; keukenhulp Beppe, enige kamermeisjes en de kelner. De kelner kneep hard in mijn hand en gaf mij een dikke knipoog, die mij wat vettig voorkwam, temeer, omdat hij daarbij iets teveel en te snaaks naar de kamermeisjes keek.

Op een middag was ik bezig met een zending kippen en kippenlever, toen deze kelner binnenkwam. Hij wierp een blik op de in stukken gedeelde kippen en bouten en vroeg; ‘Djost, ame le cosce?’ (Joost, hou je van dijen?). Voorbereid op een platitude zei ik zo neutraal mogelijk maar ‘Ah, si’. ‘Di donne o di galline?’ (van kippen of van vrouwen?). Tja, wat moet je met zo’n conversatie. Enige tijd later bleek dat hij het onderwerp was van een schandaaltje in het toch niet zo grote plaatsje; deze brave huisvader zat met zijn vijftig jaar achter een zestienjarig meisje aan en dat kon men, ook in Italië, toch niet zo waarderen. Het was het gesprek van de dag in het plaatsje en dus ook in de keuken.

Maar goed, verder met de kippenlever, die ik nog moest verwerken.

Eenvoudige terrine van kippenlever.
Ingrediënten:
500 gram kippenlever
200 gram roomboter
3 eetlepels port of cognac
Snuf marjolein
Snuf tijm
Klein laurierblaadje
Witte peper
1 sjalotje
1 klein teentje knoflook, fijngesneden
Zout

Bereiding:
Haal de zeentjes en andere ongerechtigheden uit de levertjes, spoel ze af en laat ze op een keukenpapiertje uitlekken.

Hak de sjalot fijn en fruit die zachtjes samen met de peper, marjolein, tijm, het fijngesneden knoflookteentje en het laurierblaadje in de roomboter, doe de levertjes erbij en laat dit alles 20 minuten op een heel klein pitje gaar worden. De levertjes mogen een beetje rosé zijn. Doe er de port of cognac bij. Haal het laurierblad eruit en pureer met de staafmixer alles tot een homogene massa. Maak af op smaak met een halve theelepel zout.

Stort de massa in een of meer aardewerk bakjes en zet weg in de koelkast. Roer met een vork af en toe de boter die bovenop komt door de terrine heen tot die voldoende opgestijfd is. Dek af met plasticfolie en laat verder 24 uur rusten.

Tip: de terrine verkleurt snel, maar dat doet niets af aan de smaak. Als je op goede voet met je slager staat kan je hem vragen om wat ‘colorosso’ (kleurzout). Dit is een pekelzout, dat verkleuring tegen gaat. Te gebruiken i.p.v. gewoon zout. Het is een toegestane toevoeging bij patés, terrines hammen en worsten en zorgt ervoor dat het vlees zijn mooie rosé kleur behoudt.

Deze terrine smaakt heerlijk op een stukje vers stokbrood of op toast. Bij partijtjes is hij als eerste op.

Tekst Joost Adriaansz

Illustratie: Iris Adriaansz

jun 17 2020

In de docentenkamer van de school waar ik les gaf, ging het verhaal dat collega A. een gepassioneerd jager was. Vanwege de te verwachten morele verontwaardiging durfde hij daar nooit zo over te vertellen en ontweek elke verwijzing naar de jacht. Ik kon het echter niet nalaten om op een stil moment te vragen, wanneer hij weer ging jagen. Ik bekende daarbij zelf ook wel van een goed stukje wild te houden. Na mijn bekentenis kwam hij los (“oh ja joh, ben je ook zo gek op wild?”) en vertelde dat hij binnenkort in Noord-Holland weer op ganzenjacht ging en dat hij voor mij wel een gansje mee wilde nemen als ik dat zou waarderen. Nou…graag, natuurlijk.

Op een maandag in de docentenkamer na schooltijd, wenkte mijn collega mij schalks naar buiten naar zijn auto achter de school. Daar haalde hij uit de achterbak twee vuilniszakken te voorschijn. Met de besmuikte blik van iemand die vieze plaatjes aan de man probeert te brengen, overhandigde hij mij de zakken met de mededeling dat ik nog wel zelf moest plukken en schoonmaken. Opgetogen over deze buit fietste ik naar huis, waar ik tot grote ontsteltenis van mijn vrouw vier dooie ganzen, twee eenden en een fazant op het aanrecht deponeerde. “Als je dat maar schoonmaakt als ik naar bed ben!” riep ze vol afgrijzen van grote afstand, want zij hield er een ander soort dierenliefde op na dan ik. Dat deed ik dan maar. Mijn beloning voor het moeizame pluk- en uitbeenwerk lag dan ook pas midden in de nacht in diepvrieszakken gereed. Met de veren kon je een tweepersoons dekbed en een pooljas vullen. Voor mijn collega had ik een aantal potten rillette ingemaakt als dank. Die rillette was volgens hem goddelijk, dus hier het recept. Nu heeft wilde gans te weinig vet van nature en moet je een blik ganzenvet apart bij de poelier kopen om e.e.a. in de garen.

Rillette van gans

Ingrediënten:
500 gram wilde ganzenbouten
500 gram ganzenvet
1 wortel
1 ui
4 tenen knoflook
1 takje rozemarijn
5 laurierblaadjes
klein bosje bieslook
1 takje tijm
Handje zwarte peperkorrels

Bereiding:
Snijd de wortel in een paar stukken en pel de knoflook. Doe in een ovenschaal de ganzenbouten met alle kruiden, ui, knoflook en wortel. Smelt het ganzenvet en giet het er over. Zorg ervoor dat de bouten helemaal onder het vet liggen met het vel naar boven. Zet de oven op 130 graden en plaats de schaal in het midden. Na vier uur haal je de schaal uit de oven en haal je de bouten uit het vet. Laat het vet en de bouten afkoelen. Trek het zeer gare vlees in draadjes en doe het in een kom. Giet het vet door een zeef. De kruiden zijn niet meer nodig. Zet je kom met het vlees in een grotere kom met koud water. Giet nu langzaam het gezeefde ganzenvet bij de gans, terwijl je roert tot het een beetje stolt. Voeg zoveel vet toe tot er een consistente, smeuïge massa ontstaat: de rillette. Doe de rillette over in goed schoongemaakte inmaakpotten.

illustratie: Iris Adriaansz

jun 10 2020

We waren onderweg naar wedstrijden in Gent met een dubbeltwee (de legendarische Bep Stom) op het dak van een veel te klein autootje, toen wij op de ring van Antwerpen werden klemgereden door een politieauto. Een Belgische Bromsnor stapte uit en zei: ‘Awel, ge hebt daar ne zware last op het dak!’

“Dat valt wel mee, hoor, zo’n boot weegt maar 27 kilo”, was mijn geruststellend bedoeld commentaar. Bromsnor liep toen paars aan, want dat scheen hij niet te bedoelen: ‘Awel, meneer, dat steekt meer dan de toegestane twee meter uit!’. Tja, acht meter boot viel niet uit te gummen, maar ik hield me van de domme en keek gemaakt verbaasd naar het schip alsof ik de lengte probeerde te schatten. De gendarme pakte een meetlint ter verificatie van zijn inschatting…meters te lang.

Midden op de ring werd ons toen verboden verder te rijden, waarmee onze deelname aan de Internationale Gentse Roeiregatta op losse schroeven kwam te staan. Na veel soebatten en bellen met de wedstrijdleiding (‘Ja inderdaad, we verwachten nog de twee van “Willem III, Amsterdam’) mochten we dan toch verder rijden onder voorwaarde dat we alleen de binnenweg over St. Niklaas zouden nemen, een kronkelweg die veel meer gevaar opleverde dan de snelweg, omdat in bochten de achterpunt van de boot soms rakelings langs de daken scheerde. Veel te laat kwamen we bij het wedstrijdsecretariaat van de Koninklijke Roeivereniging Sport Gent aan. Daar werden we echter hartelijk welkom geheten en toen we informeerden naar de camping werd er met een gemoedelijke knipoog gezegd dat we onze tent wel naast het vlot voor de club konden neerzetten, dan konden we de volgende dag voor de vroege voorwedstrijd zo uit de slaapzak de boot in. Wel nog even Gent in en genieten van de Gentse waterzooi met een pintje.

Gentse waterzooi

Ingrediënten:

4 kippenpoten
1½ liter kippenbouillon
3 wortelen
1 prei
3 stengels bleekselderij
1 flinke toef peterselie
6 aardappelen
boter
4 dl room
2 eidooiers
peper
zout

Bereiding

Verhit de bouillon. Voeg dan de kip toe aan de bouillon. Laat de kip zo’n 20 minuten sudderen in de bouillon op een matig vuur.
Schil de wortels. Snijd de prei en selderij en de wortels in reepjes en de aardappelen in grove stukken.
Zet een ruime stoofpan op een matig vuur en smelt er een flinke klont boter in.
Stoof de groenten en de stukken aardappel in de hete boter. Zet het vuur niet te hoog en roer regelmatig even om.
Vis ondertussen de gare stukken kip uit de bouillon. Laat ze een beetje afkoelen en verwijder het vel. Voeg de stukken kip toe aan de stoofpot met groenten.
Zeef de bouillon en voeg deze toe aan de stoofpot met kip.
Schenk 2/3 van de room in de stoofpot en roer alles om. Hou de rest van de room even opzij.
Laat de waterzooi nog 10 tot 15 minuten pruttelen op een zacht vuur totdat de stukken aardappel gaar zijn. Peper en zout naar smaak
Neem een schaaltje en doe hier de dooiers van de eieren in. Schenk de rest van de room bij het eigeel en klop het mengsel los met een vork.
Neem de pan met waterzooi van het vuur en roer het dooiermengsel erdoor.
Snipper de verse peterselie fijn.
Serveer de waterzooi in diepe borden en strooi er wat vers gehakte peterselie over.
illustratie: Iris Adriaansz

Amici, stoofvlees met frieten

📁Sociëteit  No Responses »
jun 04 2020

Met mijn mederoeier Jaap Vlugt zou ik eens van Vlissingen naar Noord-Frankrijk fietsen om daar langs de Somme een tour te maken langs de lieux de mémoire uit WO l. Wij reden op sportfietsen met bikkelharde racezadels en al na enige uren kregen wij in België hevige last van ons achterwerk, dat dus niet bestand bleek tegen de teistering van een Spartaans fietszadel ondanks alle geruststelling van wielrenners dat “je eraan went”. Nou, nee hoor. De pijn, uitstralend naar de benen, was bijna niet meer te verdragen en het vooruitzicht van zeker nog een week hiermee verder te moeten was op zijn zachtst gezegd ontmoedigend. Aan het eind van de middag verheugden wij ons dus zeer in het vooruitzicht van een Belgisch biertje vergezeld van een friet met stoof in het eerste de beste Vlaamse dorp. Dan zouden we tenminste een poosje verlost zijn van de helse pijnen aan het perineum. Bij het begin van de bebouwing stopten we om lopend verder te gaan; het afstappen was al een hele kunst met onze verstijfde en tintelende leden. Eenmaal, kreunend, met beide benen op de grond beland, aanschouwden we het bord met de plaatsnaam van het dorpje: St-Job in het Kruis.

Stoofvlees met frieten
2 grote uien
1 teentje knoflook
1 kg sucadelappen
zout
versgemalen peper
1 el bloem
30 g boter
1 laurierblaadje
2 takjes tijm
1 bouillonblokje
3 kruidnagels
½ tl nootmuskaat
5 pimentbollen
1 flesje trappisten dubbel bier
1 kg aardappels

Extra nodig
frituurpan

Bereidingswijze
Verwarm de oven voor op 160 ºC. Pel en snipper de ui. Pel en snijd de knoflook. Snijd het vlees in kleine stukjes, bestrooi met zout, peper en bloem het vlees. Verhit de boter in een braadpan en bak het vlees. Voeg de uien en knoflook toe en bak circa 2 minuten. Voeg laurier, tijm, bouillonblokje, kruidnagels, pimentbollen en een mespunt geraspte nootmuskaat toe en blus af met bier.
Laat het gerecht circa 3 uur zachtjes stoven met het deksel op de pan. Het vlees mag uit elkaar vallen.
Snijd de aardappels tot mooie dikke frieten en bak deze circa 5 minuten voor. Bak ze als het vlees gaar is af op 180 ºC tot ze goudbruin zijn.
Serveer het stoofvlees samen met de frieten.

Joost Adriaansz

illustratie: Iris Adriaansz

 

Amici, Tartiflette uit Annecy

📁Sociëteit  No Responses »
jun 03 2020

Een paar jaar geleden ging ik voor mijn studie naar een groot animatiefestival te Annecy om daar kennis te maken met allerlei films die dat jaar waren uitgebracht. Nadat mijn studiegenoten en ik onze tentjes hadden opgezet en de luchtbedden hadden opgeblazen, struinden we de berghelling af. Beneden werden we met de bus naar het centrum van Annecy gebracht. In plaats van meteen te genieten van de pittoreske binnenstad die langs een prachtig meer ligt, vonden wij onze weg naar een bioscoopzaal. De lichten werden gedimd, het introductiefilmpje van het festival begon te spelen en om ons heen begon het publiek massaal papieren vliegtuigjes te vouwen. We keken verbaasd toe hoe de vliegtuigjes naar het doek werden gegooid terwijl er luid gejoeld werd: “Lapin!!! Lapin!!!”. Rare jongens, die Fransen.

Onze verbazing duurde niet lang. Na een paar screenings deden wij allemaal rustig mee met deze vreemde festivaltraditie. De dagen sloot ik ‘s avonds graag af met een locale specialiteit: de tartiflette. Deze gratin wordt gemaakt met reblochonkaas, spek en ui en ik heb het die week zeker wel drie keer gegeten. Behalve de laatste dag. Toen had ik pizza met tartiflettesmaak.

 

Ingrediënten: (4 pers.)
800 gr tot 1 kg vastkokende aardappelen
400 gr reblochonkaas (Franse kaas, een gewassen-korstkaas uit de Haute-Savoie – red.)
250 gr spekjes
2 kleine uien
5 el witte wijn
2 el olijfolie
1 teentje knoflook
150 cl crème fraîche
peper en zout

Bereiding:
Schil de aardappels, snijd ze in plakjes van 3-5 mm dik. Leg ze in een pan en vul de pan met koud water. Warm op en kook de aardappelen in ongeveer 15 min. beetgaar.

Verwarm de oven voor op 190 graden. Snipper de uien, doe de olijfolie in de koekenpan en bak ze even kort op. Voeg de spekjes toe en laat al roerende nog circa 5 min doorbakken. Voeg dan de witte wijn toe en laat het geheel zachtjes doorkoken totdat de wijn is verdampt.

Pak een ronde ovenschaal, snijd de knoflook doormidden en wrijf de bodem en zijkanten in met de binnenkant van het knoflookteentje.

Snijd de reblochon horizontaal doormidden. Vul de ovenschaal met allereerst het uien-spekmengsel, dan een laag aardappelschijfjes en een plak reblochon.

Herhaal dit nog een keer en eindig met de andere plak reblochon met de korst naar beneden. Bestrooi met peper en zout en giet dan de crème fraîche over het geheel.

Zet in de oven gedurende 25 tot 30 minuten.

Serveer met een groene salade en een glas witte wijn uit de Savoie.

Iris Adriaansz, animator

Illustratie Joost Adriaansz.

(Dit keer hebben vader en dochter de stokjes van elkaar overgenomen: Iris heeft de pollepel vast en Joost heeft het potlood opgepakt – red.)

Amici, een Noorse paella

📁Nieuws, Sociëteit  No Responses »
mei 20 2020

Een Noorse paella

Met enige regelmaat vertoef ik in Arendal, Noorwegen om te koken bij een vriendin van ons, die daar aan zee een tamelijk groot en zeer markant houten huis heeft dat in de omgeving bekend staat als ‘het Champagneslot’, omdat het huis ooit als wijnkasteel model heeft gestaan op een etiket. Het was in 1906 gebouwd door de Noorse ambassadeur in St-Petersburg en de enorme vergulde kroonluchter en dito spiegels, die de centrale ‘balzaal’ sieren, waren per arreslee over de bevroren Botnische golf vanuit de Russische hoofdstad naar Noorwegen vervoerd. Markant dus, zei ik al. Voordat onze vriendin het huis kocht was het in handen van “Lucky Lorendsen”, een kapitein die geallieerde transporten tussen Amerika en Europa deed en daarbij menigmaal ternauwernood aan de dood ontsnapte bij heftige Duitse beschietingen. Je komt niet zomaar aan een bijnaam. Het huis is een waar ontmoetingsoord van vrienden, soms wel dertig in getal, die zich een week lang bezig houden met allerlei binnen- en buitenklussen. Na gedane arbeid wordt de avond genoeglijk etend, drinkend en musicerend doorgebracht. De kinderen sluiten de week af met een bonte avond, waaraan iedereen meedoet met muziek en sketches.

Nu is koken in Noorwegen altijd elektrisch en ik kan wel zeggen dat dat voor grote gezelschappen zo zijn problemen geeft. Om een en ander te vergemakkelijken nam ik uit Amsterdam een twintigpersoons paellapan mee om onze vriendin voor haar verjaardag cadeau te doen. De pan met een diameter van 80 cm kon op vier pitten tegelijk dienst doen, maar bleek ook precies te passen op een grote Weberbarbecue. Vriendin kwam toen op het idee om haar verjaardag, het was midzomer en prachtig weer, buiten te vieren voor al haar goede vrienden in Arendal en omgeving. Uiteraard moest er een paella worden gemaakt, een gerecht dat de Noren toen nog niet kenden. Zij verwachtte zestig gasten. Michel, steun en toeverlaat bij grote klussen, werd in het complot betrokken. De Noorse kust verschaft genoeg vis en vooral geweldige garnalen. Als locatie was de berg bij het haventje uitgekozen vanwege het fantastische zicht op de zee en een riviermonding. Het vereiste wat gesjouw met de Weber, servies, utensiliën e.d., maar het loonde de moeite. Feilloos soepel maakten Michel en ik onder het genot van een goed glas wijn driemaal een pan vol, wat voor zestig man genoeg bleek. Overal op de berg zaten gasten, oud en jong door elkaar, met een bordje en een glas, genietend van zon en zee en een zacht windje, een idyllisch schouwspel. Het werd laat en men genoot nog lang van een betoverend zomeravondlicht. Arendal heeft er nog lang over gesproken. Nog nooit eerder heb ik op zo’n bijzondere plek gekookt en toen ik mij liet ontvallen, dat we nog wel eens een paella zouden moeten maken op 90 graden NB op het poolijs om dit te overtreffen, riep de vriendin meteen enthousiast: ‘dan huren we toch een helicopter! ‘ Als het ooit zover komt, houd ik jullie op de hoogte van mijn arctisch-culinaire avonturen.

Joost Adriaansz

illustratie: Iris Adriaansz

Paella

(8 PERS.)

Ingrediënten:
250 g tomaten
1 rode of groene paprika

1 grote ui
200 g sperziebonen
1 blik artisjokharten, gehalveerd
250 gram inktvistentakels

1 kg mosselen
1,5 dl olijfolie
zout
zwarte peper
500 gram grote garnalen met schil
250 gram kippendijreepjes
3 teentjes knoflook

1 bos peterselie, fijngehakt
500 g rondkorrelrijst
1 g saffraandraadjes, geweekt in wat visbouillon
2 l visbouillon

Bereiding:

  1. Groenten en kip panklaar maken. Verhit een derde van de olie in de pan en braad de artisjokken, de sperziebonen, paprika en ui aan.2. Verhit een tweede pan met de helft van de resterende olijfolie en braad de kip aan. Voeg zout en peper toe en laat op een laag vuur 10 min. smoren.3. Hak de knoflook fijn en bak het in de paellapan in de resterende olie even aan. Voeg de groenten en het kippenvlees toe.  Roer de rijst erdoor.  Voeg de tomaten, de garnalen en de inktvistentakels toe zodra de rijst glazig is. Zout en peper naar smaak.  Laat het geheel 10 min. pruttelen.4. Doe de saffraan bij de hete visbouillon en giet die in de pan. Laat het gerecht dan op een laag vuur 10 min. koken.

    5. Laat het geheel nog eens 10 min. trekken totdat de rijst alle visbouillon heeft opgenomen. Garneer met apart gekookte mosselen en strooi er de fijngehakte peterselie over.

mei 13 2020

De Kentucky Mountain Oysters

Ik stond net klaar voor de voorbereidingen van de avond in mijn keuken in het restaurant van de brouwerij die we net hadden geopend, toen de slager van de Zeedijk binnenkwam met een enorme blauwe vuiniszak. ‘Is R. hier?’, vroeg hij. R. was de kok voor als ik vrij was en hij had nog een andere bijverdienste als foodstyler bij een fotograaf. ‘Nee, die is drie dagen vrij’. ‘Nou, da’s mooi’, zei de slager, ‘maar wat moet ik hier dan mee? Dit heeft R. besteld voor een fotosessie’. Hij toonde vervolgens de inhoud van de blauwe plastic zak…..een enorme stierenpenis met aanhangend scrotum. De slager legde, bozig over de afwezigheid van R. en de slechte communicatie over de bestelling, het bovine geslachtsdeel op mijn werkblad en beende weg, terug naar zijn winkel. Nu zat ik met een probleem, dat toch wel erg pontificaal lag te prijken op mijn werkblad. Gelukkig kwam even later mijn Amerikaanse hulpkok binnen. Hij was gepokt en gemazeld in grote Amerikaanse restaurants en stond niet gauw van iets te kijken. Hij lachte breeduit en stelde voor om, naar oud recept uit Kentucky, de stierenballen te verwerken… Mountain Oysters noemde hij het. De ballen werden schoongespoeld, ontvliesd, en in plakjes gesneden, gewenteld in meel met peper en zout en krokant gebakken. De Mountain Oysters werden geserveerd met wat sla op een stukje vers afgebakken stokbrood en een sausje van 2 eetlepels mayonaise, 1 eetlepel Dijonmosterd, 1 eetlepel tomatenketchup en 1 eetlepel mierikswortel. Ik moet zeggen dat het een smakelijk broodje was geworden en de saus was ook vurrukkuluk en toch zo simpel.

Nu kan ik me voorstellen dat je niet zo gauw een portie stierenballen in huis haalt. Dus doe als ik en probeer een toegankelijker stukje orgaanvlees; kalfstong. Spoel de tong schoon en ontdoe hem van het keelstuk (misschien doet de slager dat voor je). Laat de tong 24 uur in goed gezouten water schoontrekken, spoel hem af en zet op met koud water, een doorgesneden ui, wat wortel en bleekselderij, laurierblad en tijm en breng aan de kook. Draai het vuur dan zo laag dat er net af en toe een bubbeltje bovenkomt. Laat de tong zo twee en een half uur opstaan.

Vis de tong uit de pan en laat hem afkoelen. Haal vervolgens het witte vlies er af en aan de onderkant de pezen en andere taaie ongerechtigheden. Snijd de tong in plakken, wentel ze door wat bloem en bak ze nog even lichtbruin in de koekenpan met wat roomboter. Beleg er een stukje stokbrood mee, beetje sla en bestrijk met bovenstaande saus. Een heerlijk lunchhapje. De zeer smakelijke bouillon kan je goed gebruiken voor een soepje.

Joost Adriaansz

illustratie Iris Adriaansz

mei 06 2020

Toen ik ooit eens betrokken raakte bij de oprichting van een bierbrouwerij, kwam ter sprake dat er een drankassortiment moesten komen van typisch Amsterdamse oorsprong. De enige distilleerderij die daarvoor in aanmerking kwam, was Van Wees in de Driehoekstraat tussen Lijnbaansgracht en Brouwersgracht. Door Kees van Wees werden wij uitgenodigd voor een proeverij van zijn producten. Hij startte zijn ‘drankcollege’ met een geurproef van, legde hij later uit, industriële melasse-alcohol. Die rook niet aantrekkelijk, ronduit vies. Vervolgens liet hij ons een veel-verkochte goedkope jonge jenever ruiken en proeven. Het drankje herkenden we meteen als een afgeleide van de industriële alcohol, het rook niet lekker en deed denken aan oude, natte kranten. Toen was zijn eigen ambachtelijke jonge jenever aan de beurt. Een aangenaam kruidig geurtje met jeneverbessen als hoofdbestanddeel. Gretig slurpten we het bodempje naar binnen; fantastisch. Er volgden nog vele mooie producten van Van Wees met uitgebreide uitleg. Zelfs mochten we als besluit proeven van zijn 25 jaar oude jenever door de Meesterdistillateur aanbevolen voor bij de koffie na het eten. Omdat alles zo lekker was hebben we niet na elk proefje alles uitgespuugd, dat vonden we reuze zonde. Ik heb de Brouwersgracht nog nooit met zoveel bochten gezien.

Eenmaal thuis en (de volgende dag) weer nuchter vroeg ik me meteen af of je dergelijke jenever niet net als cognac in het eten zou kunnen verwerken en ging op zoek. Ik stuitte op dit, van oorsprong Belgische recept, met Belgische jenever van Filliers, maar als Amsterdamse vereeniging doen we het nu met Van Wees jenever.

Wildzwijnfilet met jenever uit de Jordaan (4 pers.)
Ingrediënten:
600 gram wildzwijnfilet
10+25 gram roomboter
10+4 jeneverbessen
4 zwarte peperkorrels
25 gram koude roomboter in blokjes
2,5 dl wildfond
1 gesnipperde sjalot
1 el stroop
Peper, zout
½ dl jonge jenever van Van Wees
1 el mosterd

Bereidingswijze:
Hak tien jeneverbessen fijn.

Fruit in een sauspan de sjalot in 10 gram boter. Voeg vier gekneusde jeneverbessen, vier gekneusde peperkorrels en de wildfond toe. Laat tot de helft inkoken.
Dep de wildzwijnfilet droog. Wrijf hem in met peper, zout en de gekneusde jeneverbessen.
Bak de filet rosé in de boter gedurende 10 à 15 minuten, afhankelijk van de dikte. Haal de filet uit de pan en laat hem even rusten. Blus de pan af met de jenever en roer de aanbaksels los. Voeg de ingekookte wildfond toe en laat even bruisen. Giet hem door een zeef terug in de sauspan. Roer de stroop en de mosterd erdoorheen.
Klop van het vuur af 25 gram koude roomboter in blokjes door de saus.
Snijd de filet in plakjes en serveer hem met de saus.
illustratie Iris Adriaansz