Helena van Gelder

Amici, Tartiflette uit Annecy

📁Sociëteit  No Responses »
jun 03 2020

Een paar jaar geleden ging ik voor mijn studie naar een groot animatiefestival te Annecy om daar kennis te maken met allerlei films die dat jaar waren uitgebracht. Nadat mijn studiegenoten en ik onze tentjes hadden opgezet en de luchtbedden hadden opgeblazen, struinden we de berghelling af. Beneden werden we met de bus naar het centrum van Annecy gebracht. In plaats van meteen te genieten van de pittoreske binnenstad die langs een prachtig meer ligt, vonden wij onze weg naar een bioscoopzaal. De lichten werden gedimd, het introductiefilmpje van het festival begon te spelen en om ons heen begon het publiek massaal papieren vliegtuigjes te vouwen. We keken verbaasd toe hoe de vliegtuigjes naar het doek werden gegooid terwijl er luid gejoeld werd: “Lapin!!! Lapin!!!”. Rare jongens, die Fransen.

Onze verbazing duurde niet lang. Na een paar screenings deden wij allemaal rustig mee met deze vreemde festivaltraditie. De dagen sloot ik ‘s avonds graag af met een locale specialiteit: de tartiflette. Deze gratin wordt gemaakt met reblochonkaas, spek en ui en ik heb het die week zeker wel drie keer gegeten. Behalve de laatste dag. Toen had ik pizza met tartiflettesmaak.

 

Ingrediënten: (4 pers.)
800 gr tot 1 kg vastkokende aardappelen
400 gr reblochonkaas (Franse kaas, een gewassen-korstkaas uit de Haute-Savoie – red.)
250 gr spekjes
2 kleine uien
5 el witte wijn
2 el olijfolie
1 teentje knoflook
150 cl crème fraîche
peper en zout

Bereiding:
Schil de aardappels, snijd ze in plakjes van 3-5 mm dik. Leg ze in een pan en vul de pan met koud water. Warm op en kook de aardappelen in ongeveer 15 min. beetgaar.

Verwarm de oven voor op 190 graden. Snipper de uien, doe de olijfolie in de koekenpan en bak ze even kort op. Voeg de spekjes toe en laat al roerende nog circa 5 min doorbakken. Voeg dan de witte wijn toe en laat het geheel zachtjes doorkoken totdat de wijn is verdampt.

Pak een ronde ovenschaal, snijd de knoflook doormidden en wrijf de bodem en zijkanten in met de binnenkant van het knoflookteentje.

Snijd de reblochon horizontaal doormidden. Vul de ovenschaal met allereerst het uien-spekmengsel, dan een laag aardappelschijfjes en een plak reblochon.

Herhaal dit nog een keer en eindig met de andere plak reblochon met de korst naar beneden. Bestrooi met peper en zout en giet dan de crème fraîche over het geheel.

Zet in de oven gedurende 25 tot 30 minuten.

Serveer met een groene salade en een glas witte wijn uit de Savoie.

Iris Adriaansz, animator

Illustratie Joost Adriaansz.

(Dit keer hebben vader en dochter de stokjes van elkaar overgenomen: Iris heeft de pollepel vast en Joost heeft het potlood opgepakt – red.)

Amici, een Noorse paella

📁Nieuws, Sociëteit  No Responses »
mei 20 2020

Een Noorse paella

Met enige regelmaat vertoef ik in Arendal, Noorwegen om te koken bij een vriendin van ons, die daar aan zee een tamelijk groot en zeer markant houten huis heeft dat in de omgeving bekend staat als ‘het Champagneslot’, omdat het huis ooit als wijnkasteel model heeft gestaan op een etiket. Het was in 1906 gebouwd door de Noorse ambassadeur in St-Petersburg en de enorme vergulde kroonluchter en dito spiegels, die de centrale ‘balzaal’ sieren, waren per arreslee over de bevroren Botnische golf vanuit de Russische hoofdstad naar Noorwegen vervoerd. Markant dus, zei ik al. Voordat onze vriendin het huis kocht was het in handen van “Lucky Lorendsen”, een kapitein die geallieerde transporten tussen Amerika en Europa deed en daarbij menigmaal ternauwernood aan de dood ontsnapte bij heftige Duitse beschietingen. Je komt niet zomaar aan een bijnaam. Het huis is een waar ontmoetingsoord van vrienden, soms wel dertig in getal, die zich een week lang bezig houden met allerlei binnen- en buitenklussen. Na gedane arbeid wordt de avond genoeglijk etend, drinkend en musicerend doorgebracht. De kinderen sluiten de week af met een bonte avond, waaraan iedereen meedoet met muziek en sketches.

Nu is koken in Noorwegen altijd elektrisch en ik kan wel zeggen dat dat voor grote gezelschappen zo zijn problemen geeft. Om een en ander te vergemakkelijken nam ik uit Amsterdam een twintigpersoons paellapan mee om onze vriendin voor haar verjaardag cadeau te doen. De pan met een diameter van 80 cm kon op vier pitten tegelijk dienst doen, maar bleek ook precies te passen op een grote Weberbarbecue. Vriendin kwam toen op het idee om haar verjaardag, het was midzomer en prachtig weer, buiten te vieren voor al haar goede vrienden in Arendal en omgeving. Uiteraard moest er een paella worden gemaakt, een gerecht dat de Noren toen nog niet kenden. Zij verwachtte zestig gasten. Michel, steun en toeverlaat bij grote klussen, werd in het complot betrokken. De Noorse kust verschaft genoeg vis en vooral geweldige garnalen. Als locatie was de berg bij het haventje uitgekozen vanwege het fantastische zicht op de zee en een riviermonding. Het vereiste wat gesjouw met de Weber, servies, utensiliën e.d., maar het loonde de moeite. Feilloos soepel maakten Michel en ik onder het genot van een goed glas wijn driemaal een pan vol, wat voor zestig man genoeg bleek. Overal op de berg zaten gasten, oud en jong door elkaar, met een bordje en een glas, genietend van zon en zee en een zacht windje, een idyllisch schouwspel. Het werd laat en men genoot nog lang van een betoverend zomeravondlicht. Arendal heeft er nog lang over gesproken. Nog nooit eerder heb ik op zo’n bijzondere plek gekookt en toen ik mij liet ontvallen, dat we nog wel eens een paella zouden moeten maken op 90 graden NB op het poolijs om dit te overtreffen, riep de vriendin meteen enthousiast: ‘dan huren we toch een helicopter! ‘ Als het ooit zover komt, houd ik jullie op de hoogte van mijn arctisch-culinaire avonturen.

Joost Adriaansz

illustratie: Iris Adriaansz

Paella

(8 PERS.)

Ingrediënten:
250 g tomaten
1 rode of groene paprika

1 grote ui
200 g sperziebonen
1 blik artisjokharten, gehalveerd
250 gram inktvistentakels

1 kg mosselen
1,5 dl olijfolie
zout
zwarte peper
500 gram grote garnalen met schil
250 gram kippendijreepjes
3 teentjes knoflook

1 bos peterselie, fijngehakt
500 g rondkorrelrijst
1 g saffraandraadjes, geweekt in wat visbouillon
2 l visbouillon

Bereiding:

  1. Groenten en kip panklaar maken. Verhit een derde van de olie in de pan en braad de artisjokken, de sperziebonen, paprika en ui aan.2. Verhit een tweede pan met de helft van de resterende olijfolie en braad de kip aan. Voeg zout en peper toe en laat op een laag vuur 10 min. smoren.3. Hak de knoflook fijn en bak het in de paellapan in de resterende olie even aan. Voeg de groenten en het kippenvlees toe.  Roer de rijst erdoor.  Voeg de tomaten, de garnalen en de inktvistentakels toe zodra de rijst glazig is. Zout en peper naar smaak.  Laat het geheel 10 min. pruttelen.4. Doe de saffraan bij de hete visbouillon en giet die in de pan. Laat het gerecht dan op een laag vuur 10 min. koken.

    5. Laat het geheel nog eens 10 min. trekken totdat de rijst alle visbouillon heeft opgenomen. Garneer met apart gekookte mosselen en strooi er de fijngehakte peterselie over.

mei 13 2020

Aangezien er weer geroeid kan worden in skiffs en C-1s, kan de vrijdagavondinstuif ook beginnen.

Roeiers die mee willen doen, moeten zelf een boot afschrijven en een tijdsblok aanvragen.

Je mag alleen op Willem III zijn als je een roeiafspraak hebt; dit is een afgeschreven boot in een toegestaan tijdsblok. Hiervoor wordt ons afschrijfsysteem, en de tijdsblokkenspreadsheet gebruikt.

Onder het weerkaartje op de Willem III-site staat een link naar het tijdblokschema. Aanvragen van een tijdblok via stan.jansen@xs4all.nl

In verband met de indeling van de tijdsblokken (anderhalf uur) wil ik het blok van 19:00 tot 20:30 gebruiken voor de instuif. Ik heb een verzoek ingediend voor voorrang voor de deelnemers, dus melden bij de aanvraag. Er is een maximum van 10 roeiers per tijdsblok.

Kleedkamers en sociëteit/balkon zijn gesloten, dus omgekleed naar Willem III en thuis douchen. Toiletten alleen voor noodgevallen.

Ik ben als gebruikelijk aanwezig op de club bij aanvang van het tijdsblok, daarna op de fiets langs de kant, en weer terug op de club na het roeien.

We gaan het eindelijk weer beleven !

Stan

mei 13 2020

De Kentucky Mountain Oysters

Ik stond net klaar voor de voorbereidingen van de avond in mijn keuken in het restaurant van de brouwerij die we net hadden geopend, toen de slager van de Zeedijk binnenkwam met een enorme blauwe vuiniszak. ‘Is R. hier?’, vroeg hij. R. was de kok voor als ik vrij was en hij had nog een andere bijverdienste als foodstyler bij een fotograaf. ‘Nee, die is drie dagen vrij’. ‘Nou, da’s mooi’, zei de slager, ‘maar wat moet ik hier dan mee? Dit heeft R. besteld voor een fotosessie’. Hij toonde vervolgens de inhoud van de blauwe plastic zak…..een enorme stierenpenis met aanhangend scrotum. De slager legde, bozig over de afwezigheid van R. en de slechte communicatie over de bestelling, het bovine geslachtsdeel op mijn werkblad en beende weg, terug naar zijn winkel. Nu zat ik met een probleem, dat toch wel erg pontificaal lag te prijken op mijn werkblad. Gelukkig kwam even later mijn Amerikaanse hulpkok binnen. Hij was gepokt en gemazeld in grote Amerikaanse restaurants en stond niet gauw van iets te kijken. Hij lachte breeduit en stelde voor om, naar oud recept uit Kentucky, de stierenballen te verwerken… Mountain Oysters noemde hij het. De ballen werden schoongespoeld, ontvliesd, en in plakjes gesneden, gewenteld in meel met peper en zout en krokant gebakken. De Mountain Oysters werden geserveerd met wat sla op een stukje vers afgebakken stokbrood en een sausje van 2 eetlepels mayonaise, 1 eetlepel Dijonmosterd, 1 eetlepel tomatenketchup en 1 eetlepel mierikswortel. Ik moet zeggen dat het een smakelijk broodje was geworden en de saus was ook vurrukkuluk en toch zo simpel.

Nu kan ik me voorstellen dat je niet zo gauw een portie stierenballen in huis haalt. Dus doe als ik en probeer een toegankelijker stukje orgaanvlees; kalfstong. Spoel de tong schoon en ontdoe hem van het keelstuk (misschien doet de slager dat voor je). Laat de tong 24 uur in goed gezouten water schoontrekken, spoel hem af en zet op met koud water, een doorgesneden ui, wat wortel en bleekselderij, laurierblad en tijm en breng aan de kook. Draai het vuur dan zo laag dat er net af en toe een bubbeltje bovenkomt. Laat de tong zo twee en een half uur opstaan.

Vis de tong uit de pan en laat hem afkoelen. Haal vervolgens het witte vlies er af en aan de onderkant de pezen en andere taaie ongerechtigheden. Snijd de tong in plakken, wentel ze door wat bloem en bak ze nog even lichtbruin in de koekenpan met wat roomboter. Beleg er een stukje stokbrood mee, beetje sla en bestrijk met bovenstaande saus. Een heerlijk lunchhapje. De zeer smakelijke bouillon kan je goed gebruiken voor een soepje.

Joost Adriaansz

illustratie Iris Adriaansz

mei 06 2020

Toen ik ooit eens betrokken raakte bij de oprichting van een bierbrouwerij, kwam ter sprake dat er een drankassortiment moesten komen van typisch Amsterdamse oorsprong. De enige distilleerderij die daarvoor in aanmerking kwam, was Van Wees in de Driehoekstraat tussen Lijnbaansgracht en Brouwersgracht. Door Kees van Wees werden wij uitgenodigd voor een proeverij van zijn producten. Hij startte zijn ‘drankcollege’ met een geurproef van, legde hij later uit, industriële melasse-alcohol. Die rook niet aantrekkelijk, ronduit vies. Vervolgens liet hij ons een veel-verkochte goedkope jonge jenever ruiken en proeven. Het drankje herkenden we meteen als een afgeleide van de industriële alcohol, het rook niet lekker en deed denken aan oude, natte kranten. Toen was zijn eigen ambachtelijke jonge jenever aan de beurt. Een aangenaam kruidig geurtje met jeneverbessen als hoofdbestanddeel. Gretig slurpten we het bodempje naar binnen; fantastisch. Er volgden nog vele mooie producten van Van Wees met uitgebreide uitleg. Zelfs mochten we als besluit proeven van zijn 25 jaar oude jenever door de Meesterdistillateur aanbevolen voor bij de koffie na het eten. Omdat alles zo lekker was hebben we niet na elk proefje alles uitgespuugd, dat vonden we reuze zonde. Ik heb de Brouwersgracht nog nooit met zoveel bochten gezien.

Eenmaal thuis en (de volgende dag) weer nuchter vroeg ik me meteen af of je dergelijke jenever niet net als cognac in het eten zou kunnen verwerken en ging op zoek. Ik stuitte op dit, van oorsprong Belgische recept, met Belgische jenever van Filliers, maar als Amsterdamse vereeniging doen we het nu met Van Wees jenever.

Wildzwijnfilet met jenever uit de Jordaan (4 pers.)
Ingrediënten:
600 gram wildzwijnfilet
10+25 gram roomboter
10+4 jeneverbessen
4 zwarte peperkorrels
25 gram koude roomboter in blokjes
2,5 dl wildfond
1 gesnipperde sjalot
1 el stroop
Peper, zout
½ dl jonge jenever van Van Wees
1 el mosterd

Bereidingswijze:
Hak tien jeneverbessen fijn.

Fruit in een sauspan de sjalot in 10 gram boter. Voeg vier gekneusde jeneverbessen, vier gekneusde peperkorrels en de wildfond toe. Laat tot de helft inkoken.
Dep de wildzwijnfilet droog. Wrijf hem in met peper, zout en de gekneusde jeneverbessen.
Bak de filet rosé in de boter gedurende 10 à 15 minuten, afhankelijk van de dikte. Haal de filet uit de pan en laat hem even rusten. Blus de pan af met de jenever en roer de aanbaksels los. Voeg de ingekookte wildfond toe en laat even bruisen. Giet hem door een zeef terug in de sauspan. Roer de stroop en de mosterd erdoorheen.
Klop van het vuur af 25 gram koude roomboter in blokjes door de saus.
Snijd de filet in plakjes en serveer hem met de saus.
illustratie Iris Adriaansz

We wachten af…

📁Nieuws  No Responses »
mei 06 2020

De jeugd roeit! Ook elders is de jeugd weer in beweging gebracht (met mate), en we hopen dat dat zo positief uitpakt, dat we snel ook mogelijkheden krijgen voor de volwassenen.

Vanavond is de persconferentie met de boodschap van premier Rutte. We wachten zijn woorden af om u daarna te kunnen berichten over mogelijke ontwikkelingen. Volgende week woensdag zullen we weer een digitle clubavond opzetten, met hopelijk meer nieuws. Vanavond dus geen digitale clubavond, wat niet weg neemt dat we er van uit gaan dat bij vragen u ons en elkaar weet te vinden.

Namens het bestuur,

Gerrit Blom, voorzitter.

apr 29 2020

De verliefde asperge

Ik lag met jou in hetzelfde bed
We sliepen wel rechtop
Jij stak er net wat bovenuit
Vandaar jouw blauwe kop

Ik was stapel op jouw lange lijf
Dat mag je nu best weten
Ik vond jou echt een reuze wijf
Gewoon om op te vreten

Laatst droomde ik de hele nacht
Aan een stuk door van jou
Jij werd mijn bruid mooi wit
Omdat ik van sleepasperges hou

Plots werd mijn droom bruut verstoord
Ik bloedde aan mijn kuiten
Wij werden allebei vermoord
Door zo’n hovenier van buiten

Wij werden in een kist gelegd
En spoedig daarna gewassen
Mijn rug was krom de jouwe recht
Jij was dus eerste klasse

Wat wreed toch van zo’n hovenier
Ons zo uiteen te rukken
Ik heb jou daarna nooit meer gezien
Want ik lag bij de stukken

Weet je wat ik het gekke vind
Het is eigenlijk heel stom
Terwijl ons leven in de grond begint
Is dat bij de mens net andersom

Paul Asselbergs  1945

 

Het is mooi weer en de asperges schieten inmiddels de grond uit. Tijd om je daar te goed aan te doen. Vroeger moest je in Amsterdam blij zij als je bij de groenteman voor veel geld een bosje uitgedroogde stengels kon kopen, dus ik was er indertijd niet zo juichend over. Echter……

Toen ik mijn (Limburgse) vrouw net had ontmoet nam haar moeder mij in het voorjaar mee om het Limburgse goud in te slaan. Bij een boerderij kocht ze forse hoeveelheden knisperend verse asperges. Thuis in de keuken werden die geschild en in de diepvries opgeslagen en een deel werd onmiddellijk opgegeten. Het waren schitterende asperges, maar een lichte kromming maakte ze ongeschikt voor de veiling, maar wel lekker voordelig. De smaak was hemels, vers van het land waren ze onweerstaanbaar lekker. Ook werden er stukjes ongeregeld verkocht voor de soep. Zeker niet te versmaden. Beladen met een grote tas keerden wij huiswaarts naar ons studentenkamertje. Het klassieke recept met gesmolten roomboter, ham, eieren en gekookte aardappel blijft natuurlijk een hoogtepunt, maar als variatie kan ik het volgende recept zeer aanbevelen.

 

Ingrediënten:

500 gram asperges, geschild
½ ltr kippenbouillon
400 gram kippendijfilet in reepjes
100 gram ongezouten cashewnoten
1 spriet sereh (citroengras)
1 cm geraspte gember
2 lente-uitjes in dunne ringetjes gesneden
2 sjalotjes
Maizena of aardappelmeel
Zout en peper naar smaak

Bereiding:

Bestrooi de kippendijreepjes met twee afgestreken eetlepels maizena, zout en geraspte gember en kneed dat erdoorheen. Laat een halfuurtje intrekken.
Snijd de asperges in stukken van 4 cm en kook ze beetgaar in de kippenbouillon.
Verhit op hoog vuur in een wok olie en bak daarin de sjalotjes tot die lichtbruin zijn. Schep die eruit houd apart.
Bak in de olie van de sjalot de kippendijreepjes samen met de sereh en de cashewnoten en doe de gebakken sjalot erbij.
Doe dan de asperges met de bouillon bij de kip en laat dit alles even doorkoken tot er een licht gebonden saus ontstaat door de maizena in de kip. Bestrooi met de fijngehakte lente-ui en laat nog een half minuutje zacht borrelen.

Serveren met geurige pandanrijst of basmati.

illustratie Iris Adriaansz

Behoedzaam weer op gang

📁Nieuws  No Responses »
apr 28 2020

Geachte leden,

We hopen dat het goed gaat met iedereen. En dat we het nog volhouden zonder ons samenzijn bij Willem III. Hoewel er weer wat geroeid zal mogen worden, door een beperkte groep deze week, zal toch het overgrote deel nog moeten wachten.

Twee zaken waar uw bestuur nu mee bezig is. Het zo snel mogelijk weer openen van de club (zodra de experts het toestaan) en het draaiende houden van de structuren van onze vereniging. Om met dat laatste te beginnen:

Onze begroting staat onder druk dit verenigingsjaar. Ondanks dat we door de sluiting wat geld besparen (energiekosten, inschrijfgelden en wellicht wat schades) blijven veel van de vaste lasten overeind en missen we inkomsten (barinkomsten en het wegvallen van wedstrijd de Head of the River).

Dus komt het bestuur nu wekelijks digitaal bij elkaar, op voorzet van de penningmeester, zo houden we de vinger aan de pols en kijken we naar waar we geld kunnen besparen. Niet alleen om de begroting te halen, maar ook omdat we extra middelen nodig hebben om het nieuwe roeien mee in te richten (zeepdispensers, ontsmettingsmiddelen, bewegwijzering, meer schoonmaakuren, etc..)

We zijn blij dat onze bootsman Vincent nog vol aan het werk is en het gebouw er goed bij ligt. Maar we moeten kritisch kijken naar uitgaven die voorheen vanzelfsprekend waren.

Mochten er ingrijpende bezuinigingen nodig zijn dit jaar, dan richten we natuurlijk een bijzondere A.L.V. in maar we hopen dat dat niet nodig is. Inzicht in de toekomst is natuurlijk koffiedik kijken. Wat gaat er gebeuren met ons ledenbestand en hoe ziet het roeilandschap er uit in de wereld na corona? Wij hebben er geen twijfel over dat Willem III hier uit zal komen!

Daarnaast rollen we het plan uit om de vereniging weer langzaam in beweging te laten komen. We zijn inmiddels met het inrichten van de vereniging begonnen. De uitspraken van de regering zijn door de gemeente Amsterdam overgenomen. We hopen na de 28e april weer jeugd < 19 jaar laten roeien in 1-persoonsboten. Hiervoor heeft onze vereniging protocollen gemaakt, die door de gemeente moet worden goedgekeurd. Als de protocollen akkoord zijn publiceren we ze op onze website.

Namens het bestuur,
Gerrit Blom, voorzitter

apr 22 2020

Jaren geleden heb ik eens twee maanden in de zomer gewerkt als scheepskok op de driemastbark Europa. Vaargebied Skagerak, Oostzee en Noordzee. De passagiers-van diverse nationaliteiten-waren pure liefhebbers van oude schepen en men boekte graag voor een zevendaagse zeereis op wat toen Nederlands grootste tallship was. Zij moesten natuurlijk culinair verwend worden, want zoals de kapitain zei: ‘ik kan alle lappen eraan hangen die ik heb, maar als het eten niet te vreten is, hebben de mensen een rotreis”.

Het was mijn taak om met de koksmaat in een kleine kombuis ontbijt, lunch en avondeten te verzorgen en broodbakken hoorde daar ook bij. Ook als het schip 18 graden helde bij windkracht 8 en flink tekeer ging. Aan het begin van zo’n reis werd er bij een shipchandler vers eten voor de hele week ingeslagen en een deel ging in de vriescel. Zo had ik een enorme zak met kippenbouten ingeladen voor veertig passagiers en tien man bemanning. Toen ik die zak, die ter ontdooiing ’s morgens vroeg onderin het schip was gelegd, openmaakte om de bouten te verwerken, kwam er een vreselijke stank te voorschijn. De hele handel bleek in die korte tijd zwaar bedorven. Een lichte paniek maakte zich van mij meester, want hoe moest het nu met het diner gaan? Twee matrozen kwamen op het idee een lange lijn uit te brengen met acht haken en zilverpapier eraan. Vanaf het achterdek werd de lijn uitgevierd en oh wat een triomf, binnen korte tijd zaten er vier makrelen aan; we bleken middenin een grote school te varen. Ik begon meteen in de kombuis met schoonmaken, terwijl buiten de vangst voorspoedig voortgezet werd door steeds vrolijker matrozen. In no time lagen er zestig makrelen, geschoond en panklaar in de keuken.

Met wat er aan spullen voorradig was, sloeg ik aan het improviseren; de makrelen werden gevuld met een mengsel van knoflook, peterselie, citroenrasp en stukjes tomaat, grofgemalen zwarte peper en besprenkeld met olijfolie. De oven werd opgestookt tot 200 graden en daar konden de makrelen, nog extra met stukjes citroen bedekt, goudbruin in bakken. Rijst erbij en sperziebonen opgebakken met knoflook, ui, rode paprika en oregano. De hele schotel heb ik geserveerd onder de naam ‘Siciliaanse makreel’.

De passagiers hebben nooit weet gehad van de eerdere ramp met de kippenbouten en waren zeer te spreken over mijn ‘Siciliaanse makreel’. Stiekem heb ik de bedorven kippenbouten ’s avonds in het duister vanaf het achterschip in zee gedonderd als voer voor de resterende leden van de makrelenschool.

Joost Adriaansz

Wat zal Rutte zeggen?

📁Nieuws  No Responses »
apr 20 2020

Geachte leden,

Wat zal Rutte zeggen komende dinsdagavond?
Stilletjes bereiden we ons voor op misschien binnenkort weer het water op. Ongewis is de datum, maar we willen er klaar voor zijn zodra het kan. Hoe zal dat er dan mogelijk uitzien?

We wachten natuurlijk op een duidelijk signaal vanuit de samenleving en de experts dat het weer kan en mag. Verder hebben we nauw contact met de Amsterdamse verenigingen aan de Amstel (De Bosbaan is voorlopig het terrein van de KNRB). Graag willen we gezamenlijk een beweging maken naar het water op dezelfde tijd. Geheel gelijk zal het nooit zijn, maar we voelen ons solidair met roeiend Nederland.

Het eerste moment van roeien zal heel beperkt zijn. 1-persoons boten, met een beperkt aantal mensen aanwezig in de loodsen en op de vlotten, desinfecteren van handen en materiaal zal eenieder moeten doen. Dit allemaal met een gesloten sociëteit en gesloten kleedkamers.
We zullen moeten weten wie er aan het roeien zijn, daarvoor zal een verdeling worden gemaakt op basis van tijdsloten en we moeten daar toezicht op houden. Dit zijn zomaar wat onderdelen die voorkomen in een op te stellen protocol. Willem III is daar mee bezig.

Ondertussen danken wij onze leden dat er zoveel geduld is. Met dit weer is het voor de gemiddelde Willem III-er echt lastig. We willen het water op!
We blijven alert, houden u op de hoogte en hopen u allen snel weer op de vlotten te zien. Tot dan!

Namens het bestuur,
Gerrit Blom, voorzitter